WAPENWET 05/05/2019


SAMENVATTING WETSWIJZIGING VAN 05 mei 2019
Wat ? De Wet van 05 mei 2019 tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
Waarom ? Deze zoveelste wetswijzing voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens
Commentaar :
Deze aanpassing van de wapenwet is er gekomen door de verplichting om de Europese regelgeving inzake wapens te implementeren in de Belgische wapenwet. Dit is pas de eerste aanpassing om aan deze verplichting te voldoen. Er komt zeker nog een tweede aanpassing later dit jaar.

WAT IS ER GEWIJZIGD ?
1° Enkele nieuwe definities :
"museum" : "een permanente instelling ten dienste van de samenleving en de ontwikkeling daarvan, die toegankelijk is voor het publiek en die vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen";
"verzamelaar" : "iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich bezighoudt met het verzamelen en bewaren van vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen"
"vuurwapen" : "een van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd.
Een object wordt geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectiel uitgestoten kan worden wanneer :
a) het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen, en
b) het ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd."
"wapens voor saluutschoten en akoestische signalen" : "vuurwapens die specifiek gebouwd of omgebouwd zijn om enkel blanke patronen af te vuren en bedoeld zijn voor gebruik in bijvoorbeeld theatervoorstellingen, fotosessies, film- en televisieopnames, het naspelen van historische gebeurtenissen, optochten, sportevenementen of opleiding"
Commentaar :
Tot nu bestond er geen definitie van ‘vuurwapen’, enkel van ‘niet-vuurwapen’. De invoering van deze definitie is hoofdzakelijk bedoeld voor politionele doeleinden.


2° Nieuwe VERBODEN wapens :
-        Automatische vuurwapens die zijn omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens;
Commentaar :
Op basis van artikel 3, §3 van de wapenwet worden automatische wapens die geconverteerd worden tot semi automatische wapens ingedeeld onder de categorie “vergunningsplichtige vuurwapens”. Er zijn dan ook veel wapenbezitters die houder zijn van een vergunning tot het voorhanden hebben van dergelijke wapens. In het verleden gebeurde het immers vaak dat wapens uit arsenalen van leger en politie nog verkocht werden op de civiele markt. Dit kon in de regel enkel mits ze werden geconverteerd tot semi automatische wapens.
Wie in het bezit is van een tot semi-automaat geconverteerd automatisch wapen, dient geen actie te ondernemen indien de vergunning voor het wapen werd afgegeven voor 13 juni 2017. Het kan ook nog worden overgedragen aan een sportschutter die houder is van een certificaat of aan een erkend wapenhandelaar, museum of wapenverzamelaar.
-        Halfautomatische vuurwapens met centraalvuurpercutie met een ladercapaciteit van meer dan 10 patronen bij lange wapens of meer dan twintig patronen bij korte wapens.
Commentaar :
In de loop van 2019 komt verschijnt hiervoor nog een uitvoeringsbesluit.
-        Lange semiautomatische vuurwapens die kunnen worden ingekort tot een lengte van minder dan 60 cm zonder functionaliteit te verliezen door middel van een opvouwbare of telescopische kolf of een kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik van instrumenten."
Commentaar :
Het is van belang om deze categorie goed af te bakenen. Enkel de wapens die aan volgende voorwaarden voldoen, vallen onder het nieuwe verbod:
- Het moet lange wapens betreffen, dit onderstelt dat of de loop langer is dan 30cm, of de totale lengte groter is dan 60cm. Dus korte machinepistolen (totale lengte 60cm of korter en looplengte 30cm of korter) vallen niet onder de nieuwe categorie en blijven ingedeeld in de categorie van de vergunningsplichtige wapens.
- Het inkorten van de wapens moet (gemakkelijk, zonder “instrumenten”) kunnen gebeuren door een opvouwbare kolf, een schuifkolf, een telescopische kolf of andere kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik te maken van gereedschappen. Een wapen dat langer is dan 60cm, maar een kolf heeft die kan worden afgeschroefd terwijl het wapen met afgeschroefde kolf nog kan schieten, valt dus niet onder het verbod vermits een “instrument” (een schroevendraaier) nodig is om de kolf te verwijderen.
- Het wapen moet, nadat het is ingekort zonder gebruik te maken van instrumenten, nog steeds in volledige staat van functioneren zijn.
Wie een vergunning heeft die is afgegeven uiterlijk op 13 juni 2017 voor dergelijk verboden geworden wapen, dient geen actie te ondernemen en kan het wapen behouden zonder enige beperking.
In de toekomst zal het wapen enkel nog kunnen overdragen worden aan een erkend handelaar, verzamelaar of museum. De uitzondering voor sportschutters met certificaat is voor deze categorie niet van toepassing. De wapenbezitter kan er ook nog voor opteren om het wapen aan te passen zodat het niet meer verboden is (door bv. de kolf vast te zetten zodat de totale lengte altijd 60 cm of meer is).
De omzettingswet bevat een specifieke overgangsbepaling voor wie een vergunning voor dergelijk wapen heeft die werd afgegeven vanaf 14 juni 2017 en voor 4 juni 2019. In dat geval is er tijd tot 3 september 2019 om de nodige aanpassingen door te voeren aan het wapen zodat het wapen niet langer verboden is
3° Nieuwe AANGIFTEPLICHT :
de vuurwapens die, overeenkomstig de regels en de voorwaarden vastgesteld door de Koning, definitief voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt; Het voorhanden hebben van onbruikbaar gemaakte vuurwapens is aangifteplichtig. De modaliteiten van die aangifteplicht moet nog worden  bepaald door de Koning.
Commentaar :
Vuurwapens mogen alleen door de Proefbank in Luik ‘onklaar’ gemaakt worden. Deze instantie geeft voor elk geneutraliseerd vuurwapen een attest af waaruit blijkt dat het door hen onbruikbaar werd gemaakt. Vuurwapens die eigenhandig onklaar werden gemaakt, op welke wijze dan ook, blijven behoren tot de categorie waartoe ze voorheen behoorden (vergunningsplichtig of verboden). Wie een wapen in bezit had met een attest van de proefbank moest hiervan geen aangifte doen. Nu moet dit wel. Iedereen die in bezit is van een onklaar gemaakt vuurwapen moet dit aangeven en het wapen moet in het centraal wapenregister ingeschreven worden.
4° Medisch onderzoek :
Artikel 11 (= aanvragen van een wapenvergunning) is niet van toepassing op :
1° houders van een jachtverlof, die lange wapens daar toegelaten waar het jachtverlof geldig is, evenals de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan; (in werking van 1 juni 2020)

2° houders van een sportschutterslicentie, die vuurwapens ontworpen voor het sportschieten en waarvan de lijst wordt vastgesteld door de minister van Justitie, en de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan; (in werking van 1 juni 2020)
Commentaar :
Door de omzettingswet wordt artikel 12 van de wapenwet, waarin de uitzondering op de vergunningsplicht van voornamelijk jagers, sportschutters en bijzonder wachters worden geregeld, gewijzigd. Vanaf 1 juni 2020 moet ook de medische geschiktheid worden nagegaan alvorens jagers en sportschutters nog onder de uitzondering van het “model 9” wapens kunnen verwerven op basis van hun jachtverlof of sportschutterslicentie.

De nieuwe bepaling treedt in voege op 1 juni 2020. Er moet voor die datum nog een uitvoeringsbesluit verschijnen die zal bepalen op welke wijze deze medische geschiktheid zal moeten worden aangetoond.
Het medisch attest is dus geen voorwaarde om een jachtverlof te verkrijgen maar wel een voorwaarde om vuurwapens die op Model 9 geregistreerd worden te verkrijgen. Of dit ook invloed zal hebben op de wapens die nu al in bezit zijn op Model 9 is niet geweten.

6° Uitlenen van wapens tussen jagers :
In afwijking van het eerste lid, 2° en 3°, kunnen houders van een jachtverlof vuurwapens uitlenen voor een maximale duur van zes maanden. Worden ze uitgeleend voor een duur langer dan een week, dan doet de uitlener daarvan aangifte doen volgens de modaliteiten bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Commentaar :
Door de wet van 7 januari 2019 werd specifiek voor jagers de mogelijkheid ingevoerd om wapens uit te lenen voor een periode van max. 6 maanden. Na één maand uitlenen diende de lokale politie of de gouverneur te worden ingelicht van de uitlening. Een uitvoeringsbesluit om de modaliteiten van deze uitlening te regelen werd eind 2018 echter opnieuw ingetrokken, waardoor de uitleningsregeling voor jagers nooit in werking is getreden.

Nu wordt deze regeling opnieuw aangepast waardoor reeds voor een uitlening vanaf één week een aangifte bij de overheid dient te gebeuren volgens een procedure die nog in een uitvoeringsbesluit dient te worden vastgelegd.

7° Diversen :
-        Aanpassing artikel 11/2, 2e en 3e lid: termijn van 2 maanden wordt vervangen door 3 maanden.

Commentaar :

De erfgenaam heeft 3 maanden de tijd nadat hij in bezit kwam van het wapen van de overledene om een wapenvergunning aan te vragen (voorheen 2 maanden).

De jager die stopt met zijn activiteiten heeft na het verval van zijn jachtverlof 10 jaar + 3 maanden de tijd om een wapenvergunning aan te vragen (voorheen 3 jaar + 2 maanden). Hij moet echter wel zijn munitie wegdoen binnen de drie maanden na stopzetting van zijn activiteiten.

De sportschutter die stopt met zijn activiteiten heeft na het verval van zijn sportschutterslicentie 3 jaar + 3 maanden de tijd om een wapenvergunning aan te vragen (voorheen 3 jaar + 2 maanden). Hij moet echter wel zijn munitie wegdoen binnen de drie maanden na stopzetting van zijn activiteiten.



1° Inp. Danny Calcoen
Referentieambtenaar wapens
PZ Regio Tielt